Beperkt
Je kijkt, en lacht, met opgeslagen ogen dring je diep door in mijn hart.
Ik kijk, en lach, mijn ogen neergeslagen verlegen onder jouw blik beperkt, wie, jij of ik.
Als een vriend
Ga ik linksom of rechtsom, vooruit of achteruit. Jij ziet mijn twijfels en neemt mij bij de hand.


